WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: | Publicatiedatum: 2021

Kern

Dit artikel beschrijft twee studies naar BSO die zijn uitgevoerd aan het einde van het eerste decennium van de 21ste eeuw. De eerste studie betrof een vragenlijst onder verschillende belanghebbenden van BSO (ouders, pedagogisch professionals en pedagogen) en de tweede een eerste inventarisatie van de pedagogische kwaliteit van BSO. Uit de inventarisatie is gebleken dat de emotionele kwaliteit over het algemeen voldoende tot goed was en dat de ruimte voor verbetering vooral ligt bij ontwikkelingsstimulering. Uit de vragenlijst bleek dat de belanghebbenden het er over eens waren dat de BSO een plaats moet zijn voor ontspanning, maar met mogelijkheden om op een holistische manier bij te dragen aan de brede ontwikkeling van kinderen op sociaal, fysiek en creatief gebied. Stimulering van de cognitieve ontwikkeling en schoolse vaardigheden vond men daarentegen veel minder belangrijk. De auteurs stellen een typering voor die behulpzaam kan zijn bij het beschouwen van verschillen tussen BSO’s.

Dit artikel beschrijft twee studies naar BSO die zijn uitgevoerd aan het einde van het eerste decennium van de 21ste eeuw. De eerste studie betrof een vragenlijst onder verschillende belanghebbenden van BSO (ouders, pedagogisch professionals en pedagogen) en de tweede een eerste inventarisatie van de pedagogische kwaliteit van BSO.

Opvattingen van belanghebbenden ten aanzien van BSO

Ouders, pedagogisch professionals en pedagogen waren het met elkaar eens dat BSO zich in de eerste plaats zou moeten richten op ontspanning en recreatie, en daarbij op een holistische manier kan bijdragen aan de brede ontwikkeling van kinderen op sociaal, fysiek en creatief gebied. Stimulering van de cognitieve ontwikkeling en schoolse vaardigheden vond men daarentegen veel minder belangrijk. Kinderen zouden de mogelijkheid moeten krijgen op ervaringen op te doen op een breed terrein. Idealiter betekent dit dat een BSO over een grote variatie aan materialen beschikt en dat er genoeg ruimte is voor zowel rustig als actief spel voor kinderen van verschillende leeftijden. De buitenruimte werd bijzonder belangrijk gevonden door de verschillende belanghebbenden.

Een terugkerend gespreksonderwerp was balans. Balans tussen de wensen van kinderen en volwassenen, tussen een gestructureerd en flexibel programma, tussen jonge en oudere kinderen en tussen ontspanning en georganiseerde activiteiten.

Volgens de auteurs maakt deze studie duidelijk dat verschillende doelen geïntegreerd zouden moeten worden in een breed programma dat tegemoet komt aan de wensen en behoeften van de kinderen.

Kwaliteit van BSO

De emotionele kwaliteit was over het algemeen voldoende tot goed. De ruimte voor verbetering lag vooral op het gebied ontwikkelingsstimulering. Een relatief groot percentage van de BSO’s scoorde onvoldoende op de dimensie Taal- en denkvaardigheden (59%) en op de dimensie Muziek, dans, drama/theater (40%), omdat er geen of erg weinig materialen beschikbaar waren passend bij de leeftijd van de aanwezige kinderen. Bij de dimensie Natuur was sprake van grote verschillen: ongeveer de helt van de groepen scoorde onvoldoende, terwijl 39 procent goed of zelfs excellent scoorde. Informatie-uitwisseling en afstemming met de basisschool bleek ook een verbeterpunt; 79 procent van de onderzochte BSO’s had geen of weinig contact over het pedagogisch beleid.

Verschillende typen BSO?

De auteurs stellen een typering voor die behulpzaam kan zijn bij het beschouwen van verschillen tussen BSO’s. Het eerste type focust op een basisprogramma met daarin volop ruimte voor ontspanning en het hebben van plezier met vrienden. Het tweede type betreft een hybride programma met daarin een combinatie van ontspanning en brede ontwikkelingsstimulering van niet-cognitieve/schoolse vaardigheden. Het derde type betreft een hybride programma met ruimte voor ontspanning en ontwikkelingsstimulering van cognitieve/schoolse vaardigheden in een ‘curriculum’. De auteurs geven aan dat er theoretisch gezien ook een vierde type mogelijk is met een strikte focus op het schoolse leren (denk aan vaardigheden als rekenen en lezen, huiswerkbegeleiding en remedial teaching), maar dat dit niet lijkt te stroken met de wensen en behoeften van belanghebbenden in de Nederlandse situatie en daarin ook niet voorkomt.