WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Algemeen | Publicatiedatum: 2023

Kern

Dit Amerikaanse onderzoek richtte zich op gastoudergezinnen waar kinderen tussen de 2 maanden en 11 jaar werden opgevangen. Er werd onderzocht of in de gezinnen terugtrekplekken aanwezig waren, hoe en hoe vaak deze plekken door de kinderen werden gebruikt, en of de behoefte aan het hebben van een terugtrekplek samenhangt met de leeftijd van de kinderen. De helft van de kinderen bleek af en toe behoefte te hebben aan een plek om zich aan de groep te onttrekken.

Eerdere onderzoeken hebben aangetoond dat kinderen op school en in kinderdagverblijven behoefte hebben aan een plek (binnen en/of buiten) om zich terug te trekken als ze bijvoorbeeld even tot rust willen komen of niet willen meedoen aan een groepsactiviteit. De vraag in dit onderzoek was of dit ook geldt in een kleinere setting, waar minder kinderen aanwezig zijn en die meer op thuis lijkt, zoals een gastoudergezin.

In totaal deden 65 kinderen mee aan het onderzoek, in leeftijd variërend van 2 maanden tot 11 jaar. Na een korte training door de onderzoekers werd de gastouders gevraagd om op een formulier gedurende een aantal dagen bij te houden wanneer een kind gebruik maakte van een terugtrekplek, welke plek dat was, hoe het gedrag van het kind was en hoe lang dit duurde.

In de relatief korte onderzoeksperiode, waarbij op 5 dagen werd gescoord hoe vaak kinderen zich terugtrokken, bleek dat de helft van de kinderen zich een of meerdere keren had teruggetrokken. Meestal trokken kinderen zich terug ergens in de speelruimte, bij voorkeur op een ‘zachte’ plek zoals een bank of kleed, maar ook wel achter een kast of bank, in een speelhuisje of bij een raam. Leeftijd deed ertoe; het bleek dat kinderen tussen 1 en 4 jaar twee keer zo vaak behoefte hadden om zich terug te trekken als kinderen in de schoolleeftijd. Dit hangt mogelijk ook samen met het feit dat de oudere kinderen meestal kortere dagen aanwezig waren, pas na schooltijd.
Als kinderen zich terugtrokken was dat in het overgrote deel van de gevallen in hun eentje. Meestal waren ze dan met iets aan het spelen, maar ook keken ze vaak naar anderen of, in mindere mate, waren verdrietig. Als de oudere kinderen zich terugtrokken was dat altijd om met iets te spelen of om te lezen.
In de praktijk bleek het aantal plekken om zich terug te trekken beperkt. De meest gebruikte terugtrekplek was niet een speciaal gemaakte plek, maar een zachte bank of fauteuil. Dit hangt samen met het feit dat een gastouderopvang ook een gewone woonhuisfunctie heeft. Dit zou kunnen verklaren dat kinderen in de schoolleeftijd zich relatief minder vaak terugtrokken dan jongere kinderen (29% versus 60%). Volgens de onderzoeker zou er voor de oudere kinderen een ‘eigen’ terugtrekplekje met speelmateriaal dat bij hun leeftijd past moeten zijn. Voor de jongere kinderen lijkt een plek met zachte materialen in de speelruimte, zoals knuffels, een aangewezen plek om zich terug te trekken en wel te kunnen kijken naar anderen.

Weinberger, N. (2006). Children's use of retreats in family child care homes. Early Education and Development, 17(4), 571-591.